Sjaak Blom, bouwteam MalawiSjaak Blom houdt van klussen en gaf zich op voor de reis naar Malawi. “Kort daarvoor had ik mijn eigen keuken verbouwd. Ik twijfelde even of ik de reis wel moest doen, zo vlak daarna, maar mijn vrouw zei: daar moet je het niet om laten. Dat vond ik zelf ook: eerst voor jezelf bezig zijn en dan iets waar je een ander mee kan helpen laten liggen. Dat voelde niet goed, dus gaf ik me op!”

Het team is nu alweer een paar weken thuis. Wat Sjaak het meest bijblijft is de blijdschap van de mensen, ondanks de armoede. Hij vertelt: “Veel verdriet door armoede heb ik niet gezien. Er wordt meer gezongen dan hier. Mensen hebben plezier. Dat gebeurt blijkbaar als je slechts een gebied van 20 km in de omtrek kan bereiken, te voet. Het gebied rondom de missiepost in Ekwendeni is niemandsland. Op elke vierkante kilometer zag je een schamel hutje. De mensen hebben alleen elkaar en houden elkaar in stand. Ze leven bij de dag en werken voor wat ze die dag nodig hebben.”

Te voet
Toch hadden de Malawiaanse collega’s het niet breed. Sjaak: “Een van de werknemers, Godfrey, nodigde me uit bij hem thuis: een hut met een rieten dak. Het riet waaide er steeds af en dat moest hij er dan weer op leggen. Godfrey verdient 20 euro per maand. Benzine kost 1,50 per liter en een fiets 30 euro. Daarom gaat alles te voet. Dat betekent soms twee uur lopen naar een bouwplaats, heen en terug.” Dat Godfrey speciaal voor Sjaak twee witte boterhammen in huis had gehaald (maïspap vinden de blanken niks, had hij gehoord) was een groot teken van gastvrijheid.

Gekkenwerk
Het meest heeft het team van Cypressa kunnen betekenen door fysiek te helpen met de bouw, denkt Sjaak: “Het hele team had een enorme ‘drive’ om te bouwen. Toen we aankwamen was er geen schoon zand om cement te maken. We maakten provisorisch een zeef door met spijkers en een steen (er was maar één hamer) gaten in een plaat te slaan. Zo konden we die eerste dag toch een paar honderd stenen metselen. Ik denk dat we de bouw een ‘boost’ hebben gegeven. Voor Afrikaanse begrippen werken Nederlanders snel. De oorzaak daarvan werd in de tweede week wel duidelijk. De enorme hitte en luchtvochtigheid eiste zijn tol. Je voelt letterlijk je krachten wijken. Toch was al snel in de wijde omtrek bekend dat er bij de blindenpost een groep Nederlanders ‘als gekken aan het werk was’. We hadden veel bekijks!”

Achter de voordeur
Wat Sjaak opviel is dat het geloof in Malawi anders wordt beleden dan hier in Nederland. “Bij ons vindt de godsdienst vaak achter de voordeur plaats. In Malawi is het meer verweven met het dagelijks leven. Aan de ene kant gaan de mensen na de kerkdienst weer over tot de orde van de dag. Ze pakken hun werk weer op. Maar ze zouden er niet aan denken op reis te gaan zonder gebed van tevoren. Hun afhankelijkheid van God is groot.”

Schrijnend
De eerste maandagmorgen maakte uiteindelijk de meeste indruk op Sjaak. “Dat was voor mij meteen het mooiste, maar ook schrijnendste moment. We bezochten de kinderen van de blindenschool. De situatie in het oude verblijf was schokkend: een enorme stank en bedjes die 30 cm van elkaar stonden. Maar we zagen ook de kinderen die liedjes hadden voorbereid om voor ons te zingen. En een kind van 8 of 9 jaar oud dat hardop voor ons bad. Daar kunnen wij nog wat van leren! Het is een van de ervaringen die ik mee neem. En de relatieve waarde van geld. De Malawiaanse kinderen speelden met onze lege Fantaflesjes. Dat geld niet gelukkig maakt, heb ik in Malawi echt gezien.”

Sjaak Blom